Procenten startpagina.
Procenten zijn niets
anders dan breuken!!!
Een percentage is een breuk met standaard 100 in de noemer.
Als je 10 procent van 500 wilt gaan berekent staat daar eigenlijk niets anders dan 10 / 100 van 500.
In breuken wordt dat : 10 / 100 * 500 / 1 = 50 /1 ( reken maar na).
Als we een percentage gaan berekenen schrijven we eerst de volgende formule op:
X / 100 * geheel = deel.
Op de plaats van de X komt het percentage te staan.
Op de plaats van het geheel komt de 100 procent te staan (is nooit het percentage). De 100 procent of het geheel herken je aan het woord van dat er in de som voor staat of wat je er voor zou kunnen zetten.
Op de plaats van het deel komt het stuk dat we van het geheel nemen.
We kunnen m.b.v. de procentformule maximaal 3 berekeningen maken:
1 Het deel is onbekend en de X en het geheel zijn bekend. 10 / 100 * 500 = deel
2 Het geheel is onbekend en de X en het deel zijn bekend. 10 / 100 * geheel = 50
3 de X is onbekend en het geheel en het deel zijn bekend. X / 100 * 500 = 50
Alle drie sommen kunnen met behulp van decimale getallen en met behulp van breuken uitgerekend worden.
1 Het deel onbekend berekenen met decimale getallen 8 procenten deel onbekend.htm
Het deel onbekend berekenen met breuken 11 procenten deel onbekend met breuken.htm
2 Het geheel onbekend berekenen met decimale getallen 9 procenten geheel onbekend.htm
Het geheel onbekend berekenen met breuken 12 procenten geheel onbekend met breuken.htm
3 Het percentage onbekend berekenen met decimale getallen 10 procenten percentage onbekend.htm
Het percentage onbekend berekenen met breuken 13 procenten percentage onbekend met breuken.htm
Realiseer je dat als je de procentformule goed invult de uitwerking een standaardroutine is. Het berekenen is niet het lastigste maar het invullen. Schrijf daarom altijd eerst de formule op en kijk of er een percentage gegeven is.
Zo ja , dan zet dat getal op de plaats van de X en moet je bepalen of het geheel of of het deel bekend is.
Zo nee, dan weet je zeker dat je de X moet uitrekenen en het geheel en het deel bekend is. Maar pas op het geheel is zeker niet altijd het grootste getal !!! Op de plaats van het geheel komt de 100 procent te staan (is nooit het percentage). De 100 procent of het geheel herken je aan het woord van dat er in de som voor staat of wat je er voor zou kunnen zetten.
A Formule opschrijven.
B Formule invullen.
C Bepalen of het berekeningswijze 1, 2 of 3 is.
D Bepaal of je de som met breuken of met decimalen moet uitrekenen
(geen eisen? Neem dan decimalen i.v.m. de benodigde tijd).
E Maak de berekening.
F Controleer je antwoord.
RekenHulp© 2002
Asterisk Uitgevers.